LET OP!!!    Zaterdag 28 januari: Basis- en Bouwsteentesten 1 t/m 6  LET OP!!!
WELKOM

IJSFUN » Techniek » Basistesten A en B

Basistest A
 
Minimaal aantal punten: 6
 
Elementen:
Voorwaarts rijden
In de breedte van de baan of in de lengte van de korte zijde tot de middellijn in gewoon schaatsen, d.w.z. zonder hulp echte glijbewegingen maken: links-rechts-links-rechts enzovoort.
Stoppen
Een stukje schaatsen, dan stoppen d.m.v. een elegante kunstrijstop. Geen hockeystop of een 'sneeuwploeg'. Wel b.v. een T-stop.
Slalom om pionnen
Door 'Ski'-bewegingen te maken niet twee voeten tegelijk op het ijs om de ca. 8 pionnen heen schaatsen. Er moet een vloeiende beweging ontstaan.
Ooievaar voorwaarts
Na ca. 10 meter schaatsen, vijf meter in ooievaarshouding blijven staan. De vrije voet is ter hoogte van de knie van het standbeen. Blijf op een zo recht mogelijke lijn staan.
Zitje op twee benen
Voorwaarts schaatsen en na ca. 10 meter zo diep mogelijk gaan zitten. Met de billen op de hielen minstens 5 meter blijven zitten en dan weer gaan staan en verder schaatsen. Bij het weer gaan staan mogen de schaatsen niet van houding veranderen (dus geen voeten naar buiten strekken of één schaats naar achteren steken).
Achterwaarts rijden op twee benen
Het zogenaamd 'eieren leggen' of 'visjes maken'. Op twee benen tegelijk bogen maken, beginnend door de hielen naar elkaar toe en de tenen uit elkaar te duwen - daarna de tenen bij elkaar te brengen en de hielen uit elkaar. Dit steeds herhalen zodat er een vloeiende beweging ontstaat.
Kleine opsprong met twee voeten
Een stukje schaatsen, dan met twee voeten naast elkaar vanuit de knieën omhoog veren en een sprongetje maken. Landen op twee voeten en verder schaatsen (2x).
Basistest B
 
Minimaal aantal punten: 8
 
Elementen
Achterwaarts rijden
Ongeveer 30 meter achterwaarts schaatsen door de benen één voor één op te tillen.
Opsprong
Tweemaal een sprong van de ene schaats op de andere, beginnend op de punt van de ene schaats en eindigend op de punt van de andere schaats. Hierna netjes uitrijden.
Zweefstand voorwaarts
Voorwaarts schaatsen. Na ca. 10 meter in zweefstand gaan staan en zo minimaal 5 meter blijven staan. Het geheel moet op een zo recht mogelijke lijn worden uitgevoerd. Houding: het vrije been maakt een hoek van 90° met het standbeen.
Sleepje
Voorwaarts schaatsen. Na ca. 10 meter in de goede houding gaan zitten en dit tenminste 3 meter volhouden. Daarna weer opstaan zonder uit balans te raken of om te keren. Het geheel moet op een zo recht mogelijke lijn worden uitgevoerd.
Draai van voorwaarts naar achterwaarts
Voorwaarts schaatsen. Na ca. 10 meter de schaatsen naast elkaar op het ijs zetten en in een slag omdraaien naar achterwaarts. Zo verder schaatsen. Geen bogen en 'noodstops' maken.
Ooievaar achterwaarts
Achterwaarts schaatsen. Na ca. 10 meter in ooievaarshouding gaan staan en tenminste 5 meter achteruit rijden. De houding is hetzelfde als A4.
Chassé voorwaarts links en rechts
Op een hockeycirkel chassé's maken; d.w.z. de binnenste schaats rijdt op de buitenkant en wordt minimaal opgetild - de buitenste schaats rijdt op de binnenkant - er wordt afgezet door het buitenste been weg te strekken buiten de cirkel, schuin naar achteren.