Artikel 5.
1. De vereniging, de bond en het gewest kunnen, voor zover uit de statuten van de vereniging onderscheidenlijk van de bond of het gewest niet het tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de leden rechten bedingen. De vereniging kan in een voorkomend geval ten behoeve van een lid nakoming van bedoelde rechten en schadevergoeding vorderen, tenzij het lid het bestuur schriftelijk mededeelt het bestuur daartoe niet te machtigen.
2. De vereniging, de bond of het gewest kunnen, voor zover dit in de statuten van de vereniging onderscheidenlijk van de bond of het gewest uitdrukkelijk is bepaald, ten laste van de leden verplichting aangaan.
3. Voor zover van toepassing gelden de in het eerste en tweedelid van dit artikel bedoelde rechten en verplichtingen ook ten opzichte van het lid jegens de vereniging.
4. Tenzij in deze statuten anders is bepaald, worden de in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel bedoelde bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur.
5. De vereniging kan door een besluit van het bestuur, van dealgemene ledenvergadering of van een ander orgaanverplichtingen - al dan niet van financiële aard - aan de leden opleggen.
6. De leden zijn voorts verplicht zich jegens elkaar en jegens de vereniging te gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.
7. De leden zijn tevens gehouden:
a. de statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van het bestuur, van de algemene ledenvergadering of van andere organen van de vereniging als bedoeld in artikel 15, lid l, van deze statuten na te leven;
b. de statuten en reglementen van de bond of het gewest, de besluiten van een orgaan van de bond of het gewestna te leven en zich met name te onderwerpen aan de wedstrijdbepalingen en de bondsrechtspraak;
c. de belangen van de vereniging, van de bond en het gewest in het algemeen niet te schaden;
d. alle overige verplichtingen te aanvaarden of na te komen, welke uit het lidmaatschap voortvloeien of welke de vereniging in naam van haar leden aangaat.
8. Behalve de in deze statuten vermelde verplichtingen kunnen door de vereniging slechts verplichtingen aan de leden worden opgelegd na voorafgaande toestemming van de algemene ledenvergadering.
9. Een lid kan de toepasselijkheid van een besluit, waarbij andere verplichtingen dan van geldelijke aard zijn verzwaard, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, lid 4.b. van deze statuten, door opzegging van het lidmaatschap te zijnen opzichte uitsluiten.
|